Een vrijstaand bakstenen huis met een pannendak aan een rustige woonstraat.

Eten & Drinken

Hoe groeide Zoetermeer van dorp uit tot stad?

Loop je door de Dorpsstraat in Zoetermeer, dan zie je een andere plaats dan rond het Stadshart. Hier staan oudere huizen dicht bij elkaar, met de Oude Kerk als herkenningspunt. Rond het Stadshart bepalen winkels en kantoren het beeld. Die twee omgevingen laten zien hoe een agrarisch dorp in enkele tientallen jaren veranderde in een stad. De geschiedenis van Zoetermeer is daardoor nog op straat te herkennen.

Een dorp naast Zegwaart

Zoetermeer was lange tijd geen aaneengesloten stad, maar een dorp in een landschap van water en landbouwgrond. De naam verwijst naar het Zoetermeerse Meer, dat in 1614 werd drooggelegd. Waar eerst water lag, ontstond grond die voor landbouw kon worden gebruikt. De droogmaking veranderde het landschap ingrijpend, lang voordat de grote woningbouw begon.

Naast Zoetermeer lag Zegwaart, een afzonderlijke gemeente. De twee dorpen waren met elkaar verbonden, maar hadden een eigen bestuur. In 1935 werden ze samengevoegd tot de gemeente Zoetermeer. De oude naam leeft voort in de wijknaam Seghwaert. Die spelling verschilt, maar verwijst naar het dorp dat deel werd van de huidige stad.

Wie zich Zoetermeer vroeger probeert voor te stellen, moet dus vooral denken aan bebouwing rond de Dorpsstraat en boerderijen in het omliggende gebied. De dorpskern bood ruimte aan winkels en ambachten, terwijl daarbuiten het agrarische landschap overheerste. De Dorpsstraat was het dagelijkse middelpunt, niet het huidige Stadshart.

Woningbouw voor de Haagse regio

De grote omslag kwam in 1962, toen Zoetermeer werd aangewezen als groeikern voor Den Haag. Er was veel behoefte aan woningen, terwijl die niet allemaal binnen de bestaande Haagse stad konden worden gebouwd. Zoetermeer kreeg daarmee een regionale taak. De groei van Zoetermeer was geen geleidelijke uitbreiding met af en toe een straat, maar een geplande verandering op grote schaal.

Palenstein behoorde tot de eerste nieuwe woonwijken. Hoogbouw maakte het mogelijk om veel woningen op een betrekkelijk klein oppervlak te bouwen. Later kwamen onder meer Meerzicht en Buytenwegh erbij. Daarmee verschoof de verhouding tussen het oude dorp en zijn omgeving. De nieuwe woongebieden werden groter dan de historische kern die ooit het centrum van de plaats vormde.

Ook de verbindingen moesten meegroeien. De Zoetermeer Stadslijn verbond vanaf de jaren zeventig de nieuwe woongebieden met Den Haag. Daardoor konden bewoners in Zoetermeer wonen en elders in de regio werken. Het tracé werd later opgenomen in RandstadRail. De spoorverbinding laat zien hoe sterk de ontwikkeling van de stad verbonden bleef met de Haagse regio.

Een nieuw centrum naast het oude

Met de woningbouw veranderde ook de plek waar inwoners hun dagelijkse boodschappen deden. In de jaren tachtig kreeg het Stadshart vorm als nieuw centrum, met winkels en andere stedelijke voorzieningen. De Dorpsstraat bleef bestaan, maar was niet langer het enige centrale winkelgebied. Zo kreeg Zoetermeer twee duidelijk verschillende centrumomgevingen, elk met een eigen geschiedenis.

De uitbreiding stopte niet bij de eerste woonwijken. Rokkeveen kwam aan de zuidkant van de A12 tot ontwikkeling; later volgde Oosterheem aan de oostkant. Je ziet daardoor verschillen tussen wijken die in andere perioden zijn ontworpen. Het hoge bouwen in Palenstein contrasteert bijvoorbeeld met de overwegend lagere woonbebouwing in Rokkeveen.

Toch is het oudere landschap niet overal verdwenen. De Voorweg en de Zegwaartseweg bewaren delen van de historische lintbebouwing. Tussen de latere woonwijken herinneren deze routes aan de tijd waarin huizen en boerderijen langs bestaande wegen stonden. Kijk je daar naar de bebouwing, dan zie je een oudere laag van Zoetermeer dan in de straten eromheen.

Foto: S.J. de Waard, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons